Paleis Het Loo | Poëzie op porselein
Bezoek nieuwe site U bevindt zich op de oude website van Paleis Het Loo. De disclaimer, cookieverklaring en privacyverklaring van de nieuwe website van Paleis Het Loo zijn ook van toepassing op deze archiefsite. Ik ga akkoord, sluit deze melding.
Sluiten

Poëzie op porselein

dinsdag 15 juli 2014 / door Suzanne Lambooy

Willem Bartel van der Kooi“Uren, dagen, maanden, jaren,
Vliegen als een schaduw heen.
Ach! wij vinden, waar wij staren,
Niets bestendigs hier beneên!”

Ruim twee eeuwen zijn verstreken sinds de Nederlandse dichter Rhijnvis Feith (1753-1824) deze bekende openingsregels van zijn Nieuwsjaars-lied schreef over het verstrijken van de tijd. In dit artikel gaan we juist terug in de tijd: Rhijnvis Feith blijkt onverwacht een link met een van de bewoners van Paleis Het Loo te hebben.

Een persoonlijk geschenk

Rhijnvis Feith onderhield goede contacten met prinses Wilhelmina van Pruisen (1751-1820), de weduwe van stadhouder Willem V. Zijn bundel Verlustiging van mijnen ouderdom (1818) had hij aan de prinses opgedragen.

Porseleinen vazen
Als dank schonk Wilhelmina van Pruisen de dichter drie porseleinen vazen. Ze liet de vazen speciaal voor Feith beschilderen met twee scènes uit zijn dichtwerken. Op de middelste vaas is bovendien haar monogram ‘FSW’ – Frederika Sophia Wilhelmina – in goud aangebracht op de diep blauwe ondergrond.


Hoezeer dit persoonlijke geschenk door Feith gewaardeerd werd blijkt uit een brief aan zijn vriend Petrus Chevallier:

Afb-2“Voor eene groote veertien dagen ontving ik op de allergratieuste wyze een zeer prachtig geschenk van de oude Princes van Oranje, bestaande in drie uitmuntende vazen van Saxisch Porselein. Op de beide zijvasen staat het vignet voor myne verlustiging, die ik aan Haar opgedragen heb, en dat aan het einde van den derden Zang van myn Ouderdom, beiden zoo keurig en voortreffelijk geschilderd, dat hier niemand ooit zoo iets op Porselein gezien heeft. […] Op de middelste vaas staat op het eigen azuur alleen in goud de naam van de Vorstin in een uitmuntenden krans, en aan de andere zyde een bouquet van rozen en pensées. […] Ik ben waarlyk groots op dit geschenk, niet om dat het van een vorstin is, maar om dat het waarlyk van eene groote en voortreffelyke vrouw is, die ik uit grond van myn hart acht en zelfs lief heb.”

Feith spreekt in zijn brief over ‘Saxisch Porselein’, maar prinses Wilhelmina heeft de vazen van Frans porselein vermoedelijk door het Brusselse porseleinatelier van Frédéric Faber laten decoreren.

Koninklijke opdrachten

WAfb-3ilhelmina van Pruisen was niet het enige lid van de koninklijke familie dat met een opdracht door Feith werd vereerd. Al vijf jaar eerder droeg Feith het vijfde deel van Oden en gedichten (1814) op aan de nieuwe koning van de Verenigde Nederlanden, Willem I. Als dank hiervoor werd Feith op 20 februari 1816 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Koning Willem I is dan ook een van de eersten aan wie Feith zijn Verlustiging van mijnen Ouderdom (1818) stuurt met de opdracht aan zijn moeder, Wilhelmina van Pruisen:

“Sire! De Bundel, dien ik, met den diepsten eerbied, Uwe Majesteit durf aanbieden, heeft ééne verdienste. Hy is opgedragen aan eene der doorluchtigste en grootste Vrouwen onzer Eeuw.”

Rouwdicht voor de prinses

De dichter en de prinses hadden een bijzondere band. Dat bleek nog maar eens wanneer prinses Wilhelmina in 1820 op Paleis Het Loo overlijdt. De diepbedroefde Feith schrijft aan zijn uitgever Johannes Immerzeel: “Met dat alles perst my myn hart om iets op den dood myner doorluchtige Vriendin te vervaardigen.” Het wordt het rouwdicht Op den dood van Hare Koninklijke Hoogheid. Hierin vormen de vazen een tastbare herinnering aan de prinses:

“Ik staar met weemoed op ’t geschenk van uwe hand,
En om de Vazen schijnt een droeve nacht verrezen.
Ik lees de brieven, van uw gunst mij ’t onderpand,
En tranen vloeijen langs mijn kaken onder ’t lezen.
Enn ach! Als dan mijn oog uw’ Naam daar schitteren ziet
In eenen bloemkrans, met vergeetmijniet doorweven,
Dan snik ik overluid: “Vorstin! ‘k vergeet u niet,
Uw naam staat in mijn hart voor de eeuwigheid geschreven!”

Van Patriot tot Orangist

Opmerkelijk is dat Feith lang niet altijd Oranjegezind is geweest. In de jaren ’80 van de 18e eeuw was hij overtuigd patriot en schreef hij onder meer het toneelstuk De Patriotten (1785). De patriotten wilden een landsbestuur zonder de Oranjes. Ze waren dus tegenstanders van de toenmalige stadhouder Willem V, de echtgenoot van Wilhelmina van Pruisen. Feith was een vooraanstaande patriot. In 1786 was hij zelfs een van de gasten bij de bekende ‘Alliantiemaaltijd’ van patriotten in Amsterdam.

Feiths politieke carrière was maar van korte duur. In 1787 was hij slechts zeven maanden burgemeester van het anti-stadhouderlijke Zwolle. Toen schoot het leger van de Pruisische koning – de broer van Wilhelmina! – stadhouder Willem V te hulp en werd het gezag van de Oranjes hersteld. Na zowel politieke als persoonlijke tegenslagen komen in het latere werk van Feith thema’s als vergankelijkheid en leven na de dood aan bod. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het ‘sentimentalisme’.

Toen Feith in 1824 overleed, werd de geliefde dichter geëerd voor zijn werk én zijn vaderlandsliefde. De vazen van de prinses hield Feith zijn leven lang in bezit. Na zijn overlijden kwamen de vazen in particulier bezit en werden uiteindelijk uitgeleend aan museum Swaensteyn in Voorburg. In 1998 kocht Paleis Het Loo op een veiling deze vazen, vanwege het verhaal van Feith en Wilhelmina van Pruisen. Vele uren, dagen, maanden en jaren later houdt dit vorstelijk geschenk zijn herinnering levend op Paleis Het Loo, de laatste verblijfplaats van de schenkster.

Bronnen:

R. Feith, Op den dood van Hare koninklijke Hoogheid Mevrouwe de Princesse Douarière van Oranje Nassau geboren Princesse van Pruissen, Rotterdam 1820
J.C. Streng (red.), ‘Zo als men aan gemeenzaame vrienden gewoon is te schrijven’, De correspondentie van Rhijnvis Feith 1753-1824, Epe 1994

  • Willem Bartel van der Kooi, Portret van Rhijnvis Feith, 1819
    Stel porseleinen vazen met scènes uit dichtwerken van Rhijnvis Feith, 1818-1819. Hoogte 37,5 cm.
    Vignet: een stormscène, aan het einde van de derde zang van Feith’s
  • Titelvignet: bloemplukkende putti van Feith’s
Willem Bartel van der Kooi, Portret van Rhijnvis Feith, 1819
Collectie Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen, Amsterdam. Foto: Wikipedia
foto vergroten
Stel porseleinen vazen met scènes uit dichtwerken van Rhijnvis Feith, 1818-1819. Hoogte 37,5 cm.
Foto: Paleis Het Loo
foto vergroten
Vignet: een stormscène, aan het einde van de derde zang van Feith’s
Foto: Universiteitsbibliotheek Leiden
foto vergroten
Titelvignet: bloemplukkende putti van Feith’s
Foto: Universiteitsbibliotheek Leiden
foto vergroten